De Bunker 'Birkenhof', Nieuwe Waalreseweg 189, Valkenswaard

Uit Erfgoedwiki
Versie door Rberkvens (Overleg | bijdragen) op 23 dec 2014 om 12:29

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

De Bunker 'Birkenhof', Nieuwe Waalreseweg 189, Valkenswaard

In de volksmond bekend als 'de bunker' Deze voormalige bunker uit 1940-1944 is een goed en zeldzaam voorbeeld van camouflagearchitectuur en een herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Oorspronkelijk was het perceel aan de Waalreseweg, waar ‘de Bunker’ op gebouwd werd privébezit van een boerenfamilie. Het perceel werd in 1941 door hen gebruikt om er winterrogge te verbouwen. Bij controle door de boer naar de toestand van het gewas bleek dat de Duitsers het land eenvoudig in gebruik genomen hadden. Toen de boer zijn land opeiste, kreeg hij te horen dat het voor hem beter was zich in de situatie te voegen. Zijn boerderij die dicht bij dit perceel gelegen was, werd ook geconfisceerd als onderkomen van de daar detacheerde Duitse militairen. De boer die opperde geen Duitsers in huis te willen ontvangen, werd voor de keuze gesteld: óf hij verleende de gevraagde gastvrijheid, of hij en zijn gezin konden zelf vertrekken. De Duitse militairen bleven in elk geval. De keuze was snel gemaakt. Die Duitse bouwactiviteiten waren een geheimzinnige onderneming. De bouw was, zij het vanaf een afstand, best te volgen. Nieuwsgierigen zagen dat er enorme hoeveelheden bouwmaterialen werden verwerkt. Maar wat gebeurde daar precies?


Wie woont daar?

In de rubriek: ‘Wie woont daar’? publiceerde het Eindhovens Dagblad op 11 september 2004 over de Duitse bunker uit de oorlog. Hierna een fragment met extra info. ‘Het was een Duits bunkercomplex met de naam: Forschungsstelle Langeveld (voorheen Birkenhoff) als Kempische herenboerderij gecamoufleerd bunkercomplex dat tijdens WO II door de Duitsers werd gebouwd en van 1943 tot 1944 werd gebruikt als aftapcentrale voor het geallieerde telefoon- en telegrafieverkeer. Na circa 6 maanden dienst te hebben gedaan werd het complex in de eerste helft van september 1944 ontruimd’. [Op 17 september werd Valkenswaard bevrijd en trokken de geallieerde troepen binnen.]

Volgens ooggetuigen waren er verschillende treinen nodig, afgeladen met bouwmaterialen, om alle grondstoffen aan te voeren. Het bouwterrein werd zeer streng bewaakt. Toen er grote radioantennes kwamen, wist men het in het dorp zeker, er werd aan een commandopost of een Duitse radiozender gegokt. Maar, het werd een Duitse afluisterpost. De opgevangen berichten handelden voornamelijk over troepen- en materieeltransporten Met de verkregen informatie hoopten de Duitsers in een vroeg stadium indicaties over de troepenbewegingen van de geallieerden te kunnen volgen.

Maar… waarom per se in Valkenswaard? Een technische kwestie: Radiogolven stralen ongeveer uit in de vorm van het cijfer 8 met een kleine en een grote lus. Het kruispunt staat de ‘radiozender’. De grote lus wordt op ‘de geallieerde ontvangstpost’ in Engeland of Amerika gericht. De kleine lus heeft restcapaciteit zodat nog altijd radiogolven ontvangen kunnen worden. De uiterste punt van de kleine lus viel ‘zuiver toevallig’ op dit Valkenswaardse perceel. Oorspronkelijk lag de afluisterpost niet op het uiterste punt van de lus maar aan de kust in Noordwijk. Angst voor een geallieerde invasie deed de Duitsers besluiten de post zoveel mogelijk naar het binnenland te verplaatsen.

Ondanks de strenge bewaking waren er tegen het eind van de oorlog stoere Valkenswaardse jongens zo nieuwsgierig dat ze op onderzoek uitgingen. Ze werden gesnapt op 8 september 1944. In het dorp werden pamfletten verspreid waarin hun executie werd aangekondigd. Het lot was de opgepakte jongens gunstig gezind. Kort daarna op 11 september 1944, de dag waarop een verkenningstocht van de geallieerden op Valkenswaards grond gebied bereikten, werd het voor iedereen duidelijk dat er veranderingen op komst waren. Gelukkig werd er geen snelrecht toegepast maar konden de gevangenen allemaal ongedeerd naar huis en op 17 september 1944 de bevrijding van Valkenswaard meemaken.

Na de bevrijding werd De Bunker onbenut achter gelaten. Even hebben de Duitsers nog overwogen het bouwsel op te blazen. Het was duidelijk dat de benodigde springstof voor het opblazen van het robuuste gebouw beslist ook een deel van de omgeving zou vernielen. De oorspronkelijke eigenaar van het perceel akkerland kreeg een schadevergoeding voor de landbouwgrond ter hoogte van ƒ 0,30 / m² en voor het derven van opbrengsten gedurende de oorlogsjaren een totaal bedrag van ƒ 500,-.

Het bleek erg moeilijk een nieuwe bestemming te vinden voor dit indrukwekkende pand met de uitstraling van een robuuste Duitse boerderij. Sinds de bevrijding namen eerst de Engelse militairen, dan de Nederlandse Marechaussee, daarna de politie en tot slot het Nederlandse leger het gebouw in gebruik. Uiteindelijk werd het door de gemeente verhuurd aan een kunstenaarscollectief. Een heel wat vriendelijker bestemming dan voorheen!

Rijksmonument

In de Registeromschrijving van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed staat dit object als volgt omschreven: In 1942 werd ten noorden van het dorp, aan de weg naar Waalre, een BUNKER met manschappenverblijven gebouwd. Het pand werd gecamoufleerd als boerderij, welke als een bakstenen schil om de bunker werd opgetrokken. In de oost-west gerichte vleugel van het L-vormige gebouw bevindt zich het bunkercomplex, in de noord-zuid gerichte vleugel de voormalige verblijven van de manschappen. Het exterieur vertoont qua type en stijl grote overeenkomsten met de in Duitse Ambachtelijk-Traditionele bouwtrant door de bezetter opgetrokken gebouwen op en rond luchtmachtbases (o.a. Prinsenbosch bij Gilze-Rijen). Het gebouw had als functie het ontvangen en doorzenden van allerlei radiografische berichten, vooral die van de Duitse marine (U-boten) en heeft een belangrijke rol gespeeld als afluisterpost van het geallieerde berichtenverkeer binnen het 'Englandspiel'. Na de oorlog heeft het pand o.a. dienst gedaan als marechausseekazerne (tot 1968) en als oefenplaats voor de plaatselijke brandweerkorpsen. Tegenwoordig is het in gebruik als woonhuis, kantoor en expositieruimte. In de zuidgevel oorspronkelijk een licht getoogde, opgeklampte vleugeldeur onder getoogde strek en een rechthoekige opgeklampte vleugeldeur onder betonnen latei, nu beide beglaasd. Oorspronkelijk op alle daken, in het verlengde van de vensters op de begane grond, houten dakkapellen onder zadeldak met verbeterde Hollandse pannen en gekoppelde tienruits openslaande vensters (nu deels verdwenen). De vensters op de begane grond in het manschappenverblijf hadden allen panneelluiken (nu op twee na verdwenen). Het eenlaags pand heeft een L-vormige plattegrond en is opgetrokken uit imitatie-handvorm baksteen met muizetand. De gevels zijn symmetrisch ingedeeld. De hoge noordvleugel met het bunkercomplex heeft aan de noordzijde zes, aan de westzijde vijf, aan de zuidzijde drie negenruits valse vensters onder strek. Aan de zuidzijde van het bunkercomplex een korte, op het zuiden gerichte vleugel (massief beton, ommetseld), afgescheiden van het bunkercomplex door een overdekte doorgang met aan beide zijden een getoogd, hardstenen kozijn (T-ingang, oorspronkelijk afgesloten met een stalen deur of hekwerk). In de korte vleugel een negenruits vals venster. Ook in aansluiting met de oostvleugel eenzelfde T-vormige ingangspartij.

Doorsnee bunker.jpg

Doorsnee door het complex (naar RCE)

De lagere oostvleugel heeft in de gevel aan de oostzijde negen vensterassen met acht licht getoogde vierentwintigruits kruisvensters onder strek. In de de vierde as van rechts een nieuwe getoogde vleugeldeur met kleine roedeverdeling in een hardstenen, getoogd kozijn. In de asymmetrische westgevel een licht getoogde paneeldeur onder een getoogde strek. Hiertussen twee vierruits openslaande vensters met hardstenen dorpels en oorspronkelijk vier kruisvensters als in de oostgevel, waarvan er nu twee zijn vervangen door vleugeldeuren. Alle vensters en deuren bezitten hardstenen dorpels. Op het pand afgewolfde zadeldaken met ongelijke nok die worden gedekt door oorspronkelijke blauwe en deels door nieuwe rode verbeterde Hollandse pannen met aan de onderzijde dakgoten. De ruimtelijke indeling van het pand is nagenoeg ongewijzigd. Van het oorspronkelijke interieur is echter alles verdwenen of vernieuwd. Van de gassluizen, aangebracht in de T-vomige ingangspartijen in de zuidgevel van de bunker, zijn nog aanwezig de stalen kozijnen met duimen en delen van het ventilatiesysteem. De oostvleugel is onderkelderd. Aan de straat een nieuw smeedijzeren hek tussen twee gemetselde pilasters met hardstenen dekplaat. Aan een van deze pilasters een wachthuisje onder zadeldak (nu gedekt met nieuwe singels) met nieuwe opgeklampte deur. Waardering. De bunker is van algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorisch belang als voorbeeld van een bestuurlijke en militaire ontwikkeling, namelijk de stichting van militaire gebouwen door de Duitse bezetter en is tevens van belang als herinnering aan een belangrijke fase in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog. Het is tevens een uitzonderlijk voorbeeld van de typologische ontwikkeling van de gebouwen van de Duitse bezetter. Architectuurhistorisch is het van belang vanwege de Traditionalistische stijlvormen, die bewust werden toegepast als camouflagemiddel. Het object is als voorbeeld van een afluisterbunker uniek te noemen en is tevens belangrijk vanwege de gaafheid van het exterieur en delen van het inwendige. Goed voorbeeld van camouflage-architectuur, herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. CHW. Nr.: KL112-000325. Rijksmonument. Nr: 518673.