Graf Adriaan Groenewegen op het kerkhof bij de RK-kerk in Budel

Uit Erfgoedwiki
Versie door Rberkvens (Overleg | bijdragen) op 27 dec 2014 om 21:54

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Graf Adriaan Groenewegen op het kerkhof bij de RK-kerk in Budel

Budel heeft twee bekende persoonlijkheden gekend, die zelfs ver buiten de gemeentegrenzen, een grote bekendheid hebben genoten. De eerste is Dr. A. Mathijsen, die bekendheid verwierf met zijn uitvinding van het gipsverband en begraven is te Hamont, waar zijn grafmonument bewaard is bij de huidige kerk. De tweede bekende Budelse persoon is de begenadigde kunstschilder Adriaan Groenewegen. Naar beiden is een straat genoemd.

Groenewegen was een van de laatste vertegenwoordigers van de zogenaamde Haagse School. De schilder werd geboren in Rotterdam en na een kort verblijf van een jaar in Budel is hij weer naar Budel teruggekeerd om een huis te bouwen met atelier. Aan een oude zandweg van Budel naar Hamont vond hij in de Smeelen een geschikte plaats voor de bouw van zijn huis. Hij liet hier zijn huis met prachtig atelier bouwen op een perceel dat doorliep tot het huidige Pelterpad, waar veel bomen en struiken op stonden. Hierdoor straalde het gebouw een enorme rust uit. Heel toepasselijk noemde hij zijn huis dan ook het Vredehof, welke naam in hardsteen is te lezen boven de voordeur.

De schilder werkte tot 1898 in Rotterdam. Daarna ging hij, mogelijk aangetrokken door de nog in bloei zijnde Haagse School, naar Den Haag, waar hij zou blijven tot augustus 1922 toen hij naar Budel kwam. Waarom hij naar Budel kwam is niet bekend. Budel was zeker in die jaren nog een vrij geïsoleerd dorp, ver weg van de Hollandse centra van kunst en cultuur. Toch gingen zijn werken voor het merendeel nog naar de Engelse kunsthandel, later ook naar de Verenigde Staten, Canada en prominente Nederlandse kunsthandels. In zijn tentoonstellingen in o.a. Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Arnhem en Leeuwarden exposeerde hij al die motieven, die hem ook nadien blijvende roem zouden schenken: landschappen met koeien, weiden met staand en liggend vee en interieurs. Groenewegen die het hele land had doorgezworven, heeft waarschijnlijk in Budel de rust, intimiteit en motieven van het landelijke gevonden die hij nodig had voor zijn artisticiteit. Hier werd hij de schilder van het landschap, de portrettist van zijn streekgenoten, de schilder van dieren, van schapen en zeer in het bijzonder van koeien. Groenewegen bracht, alhoewel dat bij velen minder bekend zal zijn, ook dierbeelden tot stand waarin de symbolische waarden, die de mensheid ooit aan het dier heeft toegekend, door de goede beschouwers zal worden herkend. Hij was occultist in de beste zin van het woord. Hij was ingewijd en bekend met het spirituele, het buitennatuurlijke en het buitenzintuiglijke. Uit een aantal werken kan men versleutelde boodschappen halen.

Groenewegen was een eenvoudig man, een harde en serieuze werker met een hoge taakopvatting. Hij vroeg geen grote bedragen voor zijn schilderijen. Hij hield ze uitzonderlijk laag onder het motto dat kunst voor iedereen bereikbaar moest zijn, of een goed schilderij voor een redelijke prijs in het bezit van mensen te brengen en hen zo de Grootheid van de Schepper in het geschapene te leren zien, zoals hij dat zelf ervoer. Ook stelde hij weinig tentoon. Hij zei er zelf van: ‘een goede kunstschilder heeft geen tentoonstelling nodig want zijn werk is zijn propaganda’. Hij was tevens zeer godsdienstig, hij zei: ‘Ik ben zeer gelovig, maar O.L. Heer weet waarom ik niet naar de kerk loop.’ De oorzaak zal waarschijnlijk hebben gelegen in het feit dat occultisten zich niet bezig houden met exoterisch geloof (dogma’s, liturgie) maar juist met esoterische geloofsinhouden. Occultisten hadden het instituut kerk dan ook niet nodig en verwierpen dit instituut. Groenewegen beschouwde de natuur als een soort godsdienst, iets mystieks, door God geschapen. Van die natuur kon hij intens genieten en zo beleefde hij zijn godsdienst.

In 1936 werd hij begraven op het kerkhof in Budel. Het was zijn laatste wens om in zijn geliefde dorp begraven te worden. "De Schilder" zoals hij genoemd werd in Budel, was niet meer. Hoewel hij teruggetrokken leefde in zijn huis in de Smeelen, werd hij door de Budelse bevolking toch als een van de hunnen beschouwd. Zijn graf bevindt zich nog altijd op het oude kerkhof bij de RK-kerk in Budel.