Vorstendom Gemert

Uit Erfgoedwiki
Versie door Jan timmers (Overleg | bijdragen) op 19 sep 2017 om 11:44

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

GEMERT: Vorstendom van de Duitse Orde

Eeuwenlang is Gemert als Vrije Rijksheerlijkheid onafhankelijk van welk land dan ook. Een ministaatje. Monaco in Brabant. Na de Franse Revolutie willen de Fransen ook de Nederlanden ‘bevrijden’. In juni 1794 worden de Zuidelijke Nederlanden (België) bezet, in september 1794 trekt het Franse leger Gemert binnen. Dat betekent het einde van het Vorstendom Gemert. Gemert wordt onderdeel van Nederland.

Vorstendom

Van oudsher is Gemert een onafhankelijke heerlijkheid in bezit van de adellijke familie Van Gemert. De Van Gemerts zijn de eerste vorsten van Gemert. Familielid Rutger treedt in de periode van de kruistochten toe tot de Duitse Ridderorde. Na het overlijden van ridder Rutger (vóór 1220) erft de Orde diens bezit in Gemert (Handel). Dat bezit breidt de Orde langzaam verder uit. In 1366 wordt de familie Van Gemert helemaal uitgekocht en buiten spel gezet, waarmee de machtige Duitse Orde het gezag over heel het Gemertse grondgebied verwerft. Vanaf dat jaar is de Orde, in de persoon van de commandeur van Gemert en later diens meerdere de landcommandeur van Biesen, vorst van Gemert. Het is de parel aan de kroon van de landcommanderij Biesen van de Duitse Orde. Dat zegt iets over het strategische belang van Gemert voor deze Europese organisatie alsook over een zekere grandeur van het minivorstendom, de vrije Rijksheerlijkheid Gemert.

Van ziekenverzorgers tot kruisridders

Tijdens de kruistochten is er in Jeruzalem een groot tekort aan de opvang van uitgeputte en zieke pelgrims en kruisvaarders. Inwoners uit Noordwest-Europa (aangeduid als Duits, Diets of Teutoons) zorgen voor opvang in een veilige omgeving. In Jeruzalem ontstaat de hospitaalbroederschap van het ‘Huis van de Heilige Maria van de Teutonen’. Het motto is: helpen, genezen, verdedigen. De broederschap wordt in 1198 te Akko (Palestina) omgevormd tot een ridderorde, vergelijkbaar met de Tempeliers en Johannieters. Deze ridderorde, kortweg Duitse Orde genoemd, verdedigt de belangen van de Roomse westerse wereld in Palestina. Hertog Hendrik van Brabant is één van de initiatiefnemers van de omvorming tot Ridderorde. Deze machtige Brabander is dan de gekozen opperbevelhebber van alle in Palestina aanwezige kruislegers. Daarbij is ook de adellijke Rutger van Gemert die zich als ridder bij de Orde aansluit. Veel edelen en machthebbers steunen de Duitse Orde en schenken haar veel goederen, verspreid over vooral Midden-Europa, waardoor de Orde uitgroeit tot een Europese macht van betekenis.

Duitse Orde sticht een eigen Baltische staat

Koenraad, hertog van Mazovië in Noordoost-Polen roept in 1226 de hulp in van de Duitse Orde in zijn strijd tegen heidense stammen in het Baltische gebied. Met instemming van de paus en de Duitse keizer leidt de Orde een ‘kruistocht’ naar Oost-Europa en legt daar de basis voor een eigen staat aan de Oostzee waar nu Estland, Letland, Litouwen, en gebieden van Polen en Rusland liggen. In 1309 verhuist het bestuurscentrum van de Duitse Orde van Venetië naar Mariënburg (het huidige Poolse Malbork). De Orde kent dan een bloeitijd tot Poolse, Litouwse en Russische machthebbers in opstand komen waarna in 1466 een groot deel van de Ordestaat moet worden opgegeven. De hoofdvestiging verhuist dan naar Königsberg, thans Kaliningrad (Rusland). In 1561 verliest de Orde het haar aan de Oostzee nog resterende gebied. Intussen is in 1527 de regeringszetel al naar Mergentheim (midden-Duitsland) verhuist.

De commanderijen van de Duitse Orde in Europa ca 1300

Machtige vrienden

De zelfstandigheid van Gemert als onafhankelijk vorstendom blijft eeuwenlang in stand met de hulp van machtige vrienden. Hertog Jan van Brabant verklaart in 1271 dat hij in Gemert niets te zeggen heeft en biedt zich aan als beschermer. De macht van de Duitse Orde in Europa staat verder garant voor de blijvende zelfstandigheid en dwingt respect af van de opeenvolgende hertogen van Bourgondië, de landsheren van de Nederlanden (Filips de Goede, Karel de Stoute, Filips de Schone), de Duitse keizer (Karel V) en de Spaanse koning (Filips II). In de Tachtigjarige Oorlog erkennen ook Willem van Oranje en Prins Maurits de Gemertse onafhankelijkheid en neutraliteit.

Bestuur van de Duitse Orde

Het uitgebreide Europese bezit is door de Orde ingedeeld in landcommanderijen (provincies). Elke landcommanderij heeft een tien- tot twaalftal onderhorige commanderijen. De meeste bestaan uit onroerend goed in de vorm van landgoederen. Gemert behoort tot de in 1220 opgerichte landcommanderij Biesen met als hoofdvestiging kasteel Alden-Biesen in België. Naast Gemert, Maastricht en Vught behoren daartoe verder Belgische en Duitse commanderijen. Bezittingen van de Duitse Orde in Noord-Nederland zijn ondergebracht in de landcommanderij Utrecht, die later net als een paar landcommanderijen in het Duitse Rijk, protestants wordt. Bijzonder is dat Gemert als zelfstandig staatje autonomer is dan het ‘hoofdkantoor’ Biesen zelf. De landcommandeur van Biesen benoemt de Gemertse commandeur die veel bestuurszaken overlaat aan het dorpsbestuur (schout en schepenen) en ook de rechterlijke macht uitoefent. Het uit inwoners van Gemert bestaande dorpsbestuur heft ook eigen belastingen, die niet alleen de kosten moet dekken van de Gemertse staat, maar ook de niet geringe afdrachten voor de Duitse Orde in het algemeen. Het Vorstendom Gemert omvat de voormalige gemeente Gemert, inclusief de kernen Handel en De Mortel. Het kasteel is vanaf 1400 het bestuurscentrum.

Geestelijke taken, advieswerk en militair opperbevel

Het werk van de Orde richt zich, naast het beheer van de goederen, op het geestelijk leven en de zielzorg. De Orde bouwt en onderhoudt kerken, leidt priesters op, benoemt uit eigen priesterleden pastoors, en speelt een belangrijke rol bij de contra-reformatie, dat wil zeggen de hervorming van de katholieke godsdienst en haar gebruiken. De Commanderij Gemert krijgt in 1587 een Latijnse School. En de commanderij benoemt niet alleen de pastoor van Gemert, maar ook die van de parochies Bakel, Deurne, Geldrop, Haren en Nistelrode. Allemaal Duitse Ordepriesters, die aanvankelijk veelal op het kasteel verblijven. De ridderleden van de Orde worden gerekruteerd uit de adel binnen het gebied van de landcommanderij. De meesten worden commandeur. Daardoor kent Gemert vaak commandeurs uit Nederlands of Belgisch Limburg of uit aangrenzend Duits gebied, terwijl omgekeerd Gemertse Ordeleden elders opklimmen tot commandeur. Orderidders zijn vaak ook belangrijke adviseurs, ambassadeurs en diplomaten en fungeren van opperofficier tot bevelhebber in legers. De grootmeester, de allerhoogste in rang binnen de Duitse Orde, heeft een toppositie in de Duitse Rijksdag en komt vanaf 1600 doorgaans uit de directe familiekring van de Duitse keizer en treedt menigmaal op als opperbevelhebber van het keizerlijk leger.

Gemert weerstaat de Republiek der Nederlanden

De grootse bedreiging voor het vorstendom Gemert vindt plaats in 1648. Gemert wordt bezet door Staatse troepen van de Verenigde Republiek der Nederlanden. De Orde protesteert maar pas na 14 jaar procederen tegen ‘Den Haag’ wordt Gemert weer zelfstandig. Een staatje waarin, heel zeldzaam in die tijd, zowel de katholieke als de protestantse godsdienst vrij zijn. De Commanderij benoemt en betaalt zowel de pastoor als de dominee. Het dorp Handel wordt een florerend bedevaartsoord van Maria, niet toevallig de patrones van de Duitse Orde. Gemert krijgt ook een Franse School en voor afgestudeerden van de Latijnse School worden studiebeurzen gesticht aan universiteiten in Keulen en Leuven. In de laatste stad komt het zelfs tot een speciale studentenvereniging, de Congregatio Municipii Gemertanii. De ministaat Gemert is dan welvarender dan andere dorpen in de regio en het inwonertal streeft die van de stad Helmond voorbij.

Gemert wordt verkocht: einde vorstendom

In 1794 bezet het Franse leger Gemert om ook hier “vrijheid, gelijkheid en broederschap” te brengen Aan het eeuwenlange zelfbestuur komt dan een eind. Gemert wordt ingelijfd bij Frankrijk en in 1800 verkocht aan de Bataafse Republiek, het latere Koninkrijk Holland, dat onder Napoleon weer een stukje van Frankrijk wordt. In 1813 ontstaat uiteindelijk het koninkrijk Nederland en wordt Gemert een gewone Nederlandse gemeente. Alle bezit van de Duitse Orde is in beslag genomen en het kasteel wordt voor 27.000 francs verkocht aan een onroerend goed ondernemer. De grootmeester van de Duitse Orde in Wenen stuurt in 1815 nog een brief aan de Nederlandse koning Willem I met het verzoek om Gemert haar zelfstandigheid terug te geven. Het antwoord laat nóg op zich wachten. Ook de Gemertse Peel is als Duitse Ordebezit in beslag genomen en pas na lang onderhandelen met de Nederlandse staat wordt overeengekomen dat een deel van de verkoopprijs voor Gemert zal zijn. In de Gemertse Peel wordt later Elsendorp gesticht.

De erfenis van de Duitse Orde

Gemert heeft natuurlijk nog het markante kasteel, daarnaast drie kerken, een aantal kapellen, de Latijnse School, het bedevaartsoord Handel,boerderijen, ontginningen, een bijzonder historisch archief, kerkschatten, een aparte volksaard en relaties met andere oud-commanderijen. Door heel Europa zijn nog vele kastelen en kerken van de Duitse Orde te bewonderen. Op dit moment bestaat de Duitse Orde als ridderorde nog alleen in Utrecht. In Oostenrijk is de Orde in 1929 omgezet in een religieuze congregatie van priesters en zusters.